ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ2925
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- S. Kleij
- H.C. Greeuw
- S.W.S. Kiliç
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit ongewenstverklaring en intrekking verblijfsvergunning wegens onvoldoende motivering en disproportionaliteit
Eiser, van Afghaanse nationaliteit, werd bij besluit van 29 november 2006 ongewenst verklaard en zijn verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd ingetrokken. Eiser betwistte dit besluit en voerde onder meer aan dat het ambtsbericht waarop verweerder zich baseerde onjuist en onvolledig was, en dat het besluit disproportioneel was in het licht van zijn gezinssituatie en het risico op schending van artikel 3 EVRM Pro bij terugkeer naar Afghanistan.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht uitging van het ambtsbericht van 29 februari 2000, omdat eiser geen concrete aanwijzingen had geleverd die twijfel aan de juistheid of volledigheid van het ambtsbericht rechtvaardigen. Wel stelde de rechtbank vast dat het rechtmatig verblijf van eiser pas op 29 november 2006 werd beëindigd, waardoor zijn kinderen tijdens rechtmatig verblijf in Nederland zijn geboren. Dit maakte dat verweerder niet zonder meer kon aannemen dat eiser en zijn echtgenote wisten dat verblijf niet zou worden toegestaan.
Verder concludeerde de rechtbank dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd waarom het onthouden van een verblijfsvergunning niet disproportioneel zou zijn, mede gelet op het risico op een schending van artikel 3 EVRM Pro bij uitzetting. Daarom werd het bestreden besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen, waarbij ook de medische situatie van eiser in acht moet worden genomen. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen omdat de hoofdzaak werd beslist.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de verblijfsvergunning en ongewenstverklaring wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.