ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ3004
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdverklaring Nederlandse rechter inzake internationale kinderontvoering en gezagsuitoefening
De rechtbank 's-Gravenhage behandelde een verzoek van de vader om vijf minderjarige kinderen terug te leiden van Duitsland naar Nederland, en om gezag, hoofdverblijfplaats en schoolinschrijving te regelen. De kinderen wonen sinds december 2009 met hun moeder in Duitsland, waar zij ook zijn ingeschreven. De vader oefent gezamenlijk gezag uit en had aanvankelijk geen bezwaar tegen de verhuizing binnen de grensstreek.
De rechtbank oordeelde dat op grond van artikel 12 van Pro het Haags Kinderontvoeringsverdrag de rechter van de staat waar de kinderen zich bevinden bevoegd is over teruggeleiding te beslissen. Aangezien de kinderen in Duitsland verblijven, is de Nederlandse rechter onbevoegd. Tevens is volgens artikel 8 Brussel Pro IIbis de Duitse rechter bevoegd voor gezags- en hoofdverblijfplaatszaken, omdat de kinderen hun gewone verblijfplaats in Duitsland hebben.
De vader verzocht ook om de behandelplaats van het verzoekschrift inzake gezag en hoofdverblijfplaats, dat bij de Duitse rechter was ingediend, te wijzigen naar Nederland. De rechtbank weigerde dit omdat zij zich niet beter bevoegd acht dan de Duitse rechter. Het verzoek tot wijziging van behandelplaats en de overige verzoeken werden afgewezen. De rechtbank verklaarde zich onbevoegd ten aanzien van alle verzoeken en wees het meer of anders gevorderde af.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd voor de verzoeken tot teruggeleiding, gezag, hoofdverblijfplaats en schoolinschrijving van de minderjarigen en wijst het meer of anders gevorderde af.