ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ3465
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- G. Keizer
- Rechtspraak.nl
Overgang van onderneming en loonvordering bij schoonmaakbedrijf
Werknemer was meewerkend voorman bij schoonmaakbedrijf [een derde] en werkte op een schoonmaakobject verdeeld over meerdere gebouwen. Per 1 november 2010 kreeg nieuw schoonmaakbedrijf [werkgever] de opdracht voor alle gebouwen behalve gebouw P, dat aan een ander bedrijf werd gegund. Volgens de toepasselijke CAO moesten werknemers die minimaal 1,5 jaar in dienst waren een arbeidsovereenkomst aangeboden krijgen bij het nieuwe bedrijf voor hetzelfde aantal uren.
Werknemer kreeg een aanbod voor minder uren dan hij werkte, omdat hij ook in gebouw P werkte dat niet aan [werkgever] was gegund. Werknemer weigerde het aanbod niet, maar vroeg bedenktijd. [een derde] vroeg en kreeg ontslagvergunning en zegde de arbeidsovereenkomst op per 19 februari 2011. Werknemer vorderde loonbetaling en toegang tot werkplek bij [werkgever].
De kantonrechter oordeelde dat door de overgang van het grootste deel van het schoonmaakobject een overgang van onderneming had plaatsgevonden en dat werknemer als meewerkend voorman volledig was overgegaan naar [werkgever] ex artikel 7:663 BW Pro. De stelling dat werknemer geweigerd zou hebben over te gaan werd verworpen. Werknemer had recht op loonbetaling vanaf 1 november 2010 tot 19 februari 2011, voor zover [een derde] het loon niet terugvordert, en op toegang tot zijn werkplek. De loonvordering werd voorwaardelijk toegewezen en wettelijke rente werd toegekend vanaf 19 februari 2011. De proceskosten werden aan werkgever opgelegd.
Uitkomst: Werknemer is overgegaan naar werkgever en krijgt loon en toegang tot werkplek toegewezen.