ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ3735
Rechtbank 's-Gravenhage
- Kort geding
- P.A. Koppen
- Rechtspraak.nl
Minister mag vergoedingslimiet geneesmiddel verhogen bij niet-beschikbaarheid op markt
In deze kort gedingprocedure vordert Ferring dat de Minister de vergoedingslimiet voor het geneesmiddel Menogon verlaagt tot het niveau van vóór 1 december 2010. De Minister had namelijk de vergoedingslimiet verhoogd tot de prijs van een alternatief geneesmiddel, Fostimon, omdat Menogon volgens hem niet meer beschikbaar was op de Nederlandse markt.
Ferring betwist dit en stelt dat Menogon wel degelijk beschikbaar is en dat de Minister geen beroep kan doen op de hardheidsclausule uit artikel 2.48 van de Regeling zorgverzekering. De rechtbank overweegt dat de Minister een ruime beleidsvrijheid heeft en dat het besluit om de vergoedingslimiet te verhogen niet onmiskenbaar in strijd is met de wet of algemene beginselen van behoorlijk bestuur.
De rechtbank stelt vast dat Ferring onvoldoende heeft aangetoond dat Menogon daadwerkelijk wordt afgenomen, ondanks dat het geneesmiddel bij distributeurs op voorraad ligt. Hierdoor is het gerechtvaardigd dat de Minister concludeert dat Menogon niet beschikbaar is en dat het marktverstorend gedrag van Ferring voldoende is aangetoond.
De vorderingen van Ferring worden afgewezen en zij wordt veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis bevestigt dat de Minister terecht gebruik heeft gemaakt van de afwijkingsbevoegdheid in artikel 2.48 van de Regeling om de vergoedingslimiet te herberekenen.
Uitkomst: De voorzieningenrechter wijst de vorderingen van Ferring af en bevestigt het besluit van de Minister om de vergoedingslimiet te verhogen.