ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ3965
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens vermeende Litouwse nationaliteit onvoldoende gemotiveerd
Eiser, die stelt de Russische nationaliteit te bezitten, vroeg asiel aan. Verweerder wees de aanvraag af op grond van artikel 30, eerste lid, aanhef en onder b, Vreemdelingenwet 2000, omdat eiser naar zijn mening de Litouwse nationaliteit bezit en daardoor reeds rechtmatig verblijf in Nederland heeft.
De rechtbank oordeelt dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd dat de verklaringen van eiser erop duiden dat hij de Litouwse nationaliteit bezit. Eiser heeft ook verklaringen afgelegd die wijzen op de Russische nationaliteit. Bovendien heeft verweerder nagelaten het algemeen ambtsbericht van de minister van Buitenlandse Zaken over staatsburgerschapswetgeving in voormalige Sovjetrepublieken te betrekken.
Gezien het imperatieve karakter van artikel 30 Vw Pro 2000 moeten weigeringsgronden strikt worden geïnterpreteerd en objectief vaststaan. Dit was hier niet het geval. De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het besluit en draagt verweerder op een nieuw besluit te nemen. Tevens veroordeelt zij verweerder in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt het besluit tot afwijzing van de asielaanvraag wegens onvoldoende motivering omtrent de Litouwse nationaliteit van eiser.