ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ4183

Rechtbank 's-Gravenhage

Datum uitspraak
9 mei 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10-33549
Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 64 Vw 2000Art. 4.37 Vreemdelingenbesluit 2000Art. 8:75 AwbArt. 6:5 AwbArt. 6:6 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens vertrek met onbekende bestemming zonder adreswijziging

Eiser, van Guinese nationaliteit, verzocht op grond van de Vreemdelingenwet 2000 om uitzetting achterwege te laten, maar dit verzoek werd door verweerder afgewezen. Eiser maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard, waarna hij beroep instelde bij de rechtbank. Tijdens de procedure bleek dat eiser sinds 25 mei 2010 met onbekende bestemming was vertrokken en geen adreswijziging had doorgegeven, terwijl hij daartoe verplicht was. De gemachtigde van eiser stelde telefonisch contact te hebben gehad met eiser, maar dit werd onvoldoende geacht om aan te nemen dat eiser in Nederland verbleef.

Eiser verscheen niet op de zitting en gaf geen ander teken van leven. De rechtbank concludeerde dat eiser geen belang had bij de beoordeling van het besluit omdat hij niet meer in Nederland verblijft en verklaarde het beroep niet-ontvankelijk. Tevens werd overwogen dat verweerder in redelijkheid kosten mocht vorderen in verband met de behandeling van het beroep.

De uitspraak werd gedaan door rechter Venema-Dietvorst en in het openbaar uitgesproken op 9 mei 2011. Partijen werd gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat eiser met onbekende bestemming is vertrokken zonder adreswijziging door te geven.

Uitspraak

RECHTBANK ‘S-GRAVENHAGE

Nevenzittingsplaats Groningen
Sector Bestuursrecht
Vreemdelingenkamer
Zaaknummer: Awb 10/33549
Uitspraak in het geschil tussen:
[eiser],geboren op [geboortedatum] 1984,
V-nummer [V-nummer],
eiser,
van Guinese nationaliteit,
gemachtigde: mr. T. Bruinsma, advocaat te Lemmer,
en
DE MINISTER VOOR IMMIGRATIE EN ASIEL,
(Immigratie-en Naturalisatiedienst),
te 's-Gravenhage,
verweerder,
gemachtigde: mr. J.C. aan het Goor, ambtenaar ten departemente.

1.Ontstaan en loop van het geding

1.1.
Bij brief van 3 december 2008 heeft eiser op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) aan verweerder verzocht uitzetting achterwege te laten. Verweerder heeft bij besluit van 10 mei 2010 afwijzend op de aanvraag beslist. Eiser heeft daartegen op 7 juni 2010 bezwaar gemaakt. Bij besluit van 24 september 2010 heeft verweerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.
1.2.
Bij beroepschrift van 24 september 2010 heeft eiser tegen het hiervoor genoemde besluit beroep ingesteld bij de rechtbank. Eiser heeft op 29 oktober 2010 de gronden van beroep ingediend.
1.3.
Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende stukken aan de rechtbank toegezonden. De griffier heeft de van verweerder ontvangen stukken aan eiser toegezonden en hem in de gelegenheid gesteld nadere gegevens te verstrekken. Verweerder heeft op 20 januari 2011 een verweerschrift ingediend.
1.4.
Bij brief van 11 februari 2011 heeft de gemachtigde van eiser desgevraagd een nadere reactie gegeven op het verweerschrift.
1.5.
Het beroep is behandeld ter openbare zitting van 16 februari 2011. Eiser en zijn gemachtigde zijn daar niet verschenen. De gemachtigde van eiser heeft de rechtbank daarvan vooraf, op 14 februari 2011, schriftelijk in kennis gesteld. Verweerder heeft zich doen vertegenwoordigen. Het onderzoek is ter zitting gesloten.

2.Rechtsoverwegingen

2.1.
De rechtbank dient allereerst de vraag te beantwoorden of eiser ontvankelijk is in zijn beroep. Daartoe overweegt de rechtbank als volgt.
2.2.
Verweerder heeft naar voren gebracht dat eiser met ingang van 25 mei 2010 met onbekende bestemming is vertrokken. Eiser heeft aan verweerder geen adreswijziging doorgegeven. De gemachtigde van eiser heeft in zijn brief van 11 februari 2011 verklaard dat eiser niet met onbekende bestemming is vertrokken en dat hij nog altijd in Nederland verblijft. De gemachtigde heeft telefonisch contact met hem (gehad).
2.3.
De rechtbank stelt vast dat blijkens het zogenoemde M100-formulier, afkomstig van de korpschef van regionaal politiekorps Twente (processtuk B153), eiser op 25 mei 2010 zelfstandig zijn woonruimte heeft verlaten.
Voorts stelt de rechtbank vast dat niet is gebleken dat eiser, hoewel hij daartoe ingevolge artikel 4.37 van het Vreemdelingenbesluit 2000 verplicht was, een adreswijziging aan verweerder bekend heeft gemaakt. De rechtbank wijst in dit verband op de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 1 januari 2005, LJN AT7012.
De rechtbank is voorts van oordeel dat, hoewel de gemachtigde heeft gesteld dat hij telefonisch contact heeft (gehad) met eiser, deze enkele mededeling van de gemachtigde onvoldoende is om aan te nemen dat eiser zich in Nederland bevindt, daargelaten de vraag waar dat dan precies zou zijn. De gemachtigde heeft hierover geen informatie verschaft. De rechtbank weegt bij zijn oordeel mee dat eiser niet ter zitting van de rechtbank is verschenen en dat hij ook overigens geen teken van leven heeft gegeven.
2.4.
Het voorgaande leidt de rechtbank tot de conclusie dat voldoende vast is komen te staan dat eiser met onbekende bestemming is vertrokken en dat hij daarom geen belang heeft bij de beoordeling door de rechtbank van de rechtmatigheid van het besluit van 24 september 2010. Het beroep zal niet-ontvankelijk worden verklaard. Hetgeen overigens is aangevoerd, behoeft geen bespreking.
2.5.
Voor veroordeling overeenkomstig artikel 8:75, eerste lid, Awb van een partij in de kosten die de andere partij in verband met de behandeling van het beroep redelijkerwijs heeft moeten maken, bestaat thans aanleiding.

3.Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Aldus gegeven door mr. A.S. Venema-Dietvorst en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van mr. E.H. Pot als griffier op 9 mei 2011.
de griffier de rechter
Tegen de uitspraak kunnen partijen
binnen vier wekenna de datum van verzending van deze uitspraak hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, onder vermelding van “hoger beroep vreemdelingenzaken”, postbus 16113, 2500 BC ’s-Gravenhage. Ingevolge artikel 85 Vw Pro 2000 dient het beroepschrift, in aanvulling op de vereisten gesteld in artikel 6:5 Algemene Pro wet bestuursrecht (Awb), één of meer grieven tegen de uitspraak te bevatten. Artikel 6:6 Awb Pro is niet van toepassing, indien niet is voldaan aan de vereisten genoemd in artikel 6:5, eerste lid, onder c en d, Awb of aan het eerste lid of tweede lid van artikel 85 Vw Pro 2000.
Afschrift verzonden: