ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ4389
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens verleende verblijfsvergunning regulier ondanks artikel 1(F) Vluchtelingenverdrag
Eiser had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel, die door verweerder werd afgewezen op grond van artikel 1(F) van het Vluchtelingenverdrag vanwege ernstige gedragingen. Verweerder concludeerde later dat uitzetting in strijd zou zijn met artikel 3 EVRM Pro en verleende eiser een verblijfsvergunning regulier. Eiser stelde dat hem alsnog een verblijfsvergunning asiel moest worden verleend en startte beroep.
De rechtbank overwoog dat zolang eiser een verblijfsvergunning regulier bezit, hij geen belang meer heeft bij het verkrijgen van een verblijfsvergunning asiel, omdat artikel 30 Vreemdelingenwet Pro dit verhindert. Het beroep richt zich niet tegen de verleende verblijfsvergunning regulier en kan deze ook niet intrekken. Bovendien is het besluit tot verlening van de verblijfsvergunning regulier een zelfstandige aanvraag en geen wijziging van het bestreden besluit.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten van € 437,-, omdat eiser tot het moment van verlening van de verblijfsvergunning regulier nog belang had bij de beoordeling van zijn beroep. Het hoger beroep kan worden ingesteld bij de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat eiser een verblijfsvergunning regulier bezit en geen belang meer heeft bij een verblijfsvergunning asiel.