ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ4753
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Heffing van griffierecht in procedure over terugkeerbesluit niet in strijd met Terugkeerrichtlijn
Verzoeker ontving op 14 december 2010 een terugkeerbesluit van de Minister voor Immigratie en Asiel. Hiertegen maakte hij bezwaar en verzocht vervolgens om een voorlopige voorziening. De griffier wees verzoeker op het verschuldigde griffierecht van €152, dat binnen veertien dagen moest worden voldaan. Verzoeker betaalde dit griffierecht niet en stelde zich op het standpunt dat hij geen griffierecht verschuldigd was op grond van de Terugkeerrichtlijn. Subsidiair stelde hij dat hij het griffierecht niet kon betalen vanwege onvoldoende financiële middelen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de Awb duidelijk voorschrijft dat griffierecht verschuldigd is in procedures tegen terugkeerbesluiten en dat noch de Awb noch de Vreemdelingenwet 2000 daarin een uitzondering maken. Het recht op gratis rechtsbijstand zoals bedoeld in de Terugkeerrichtlijn betekent niet dat griffierechtheffing in strijd is met die richtlijn. Bovendien had verzoeker zijn betalingsonmacht niet onderbouwd, terwijl zijn gemachtigde ter zitting aangaf dat betaling in de hoofdzaak niet werd uitgesloten.
Daarnaast was er geen spoedeisend belang meer, omdat de vreemdelingenbewaring van verzoeker was opgeheven. De voorzieningenrechter verklaarde het verzoek daarom niet-ontvankelijk wegens het niet voldoen van het griffierecht en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet voldoen van het griffierecht.