ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ4874
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van beroep tegen maatregel van bewaring in vreemdelingenrecht
Eiser, een vreemdeling zonder geldige verblijfsstatus, werd op 24 april 2011 in bewaring gesteld op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde beroep in tegen deze maatregel en voerde onder meer aan dat hij in zijn belangen was geschaad doordat tijdens de zitting geen beeldverbinding was vanuit de telehoorruimte waar hij verbleef, en dat de bewaring onrechtmatig was omdat hij niet zou weigeren mee te werken aan zijn terugkeer.
De rechtbank stelde vast dat de geluidsverbinding wel functioneerde en dat eiser het verhandelde kon volgen, waardoor geen belangenbeschadiging was. Verder oordeelde de rechtbank dat de gronden voor bewaring, zoals het ontbreken van een vaste woon- of verblijfplaats en het niet naleven van de vertrektermijn, voldoende waren om de maatregel te dragen. De rechtbank verwees naar de Terugkeerrichtlijn en jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak en het EHRM, maar vond geen reden de bewaring onrechtmatig te achten.
Ook het betoog dat verweerder niet voortvarend had gehandeld werd verworpen, aangezien late toezending van stukken gebruikelijk is bij bewaringszaken en er geen aanwijzingen waren dat verweerder onvoldoende had gedaan om de terugkeer te bevorderen. De rechtbank concludeerde dat de maatregel niet in strijd was met de wet en dat het beroep ongegrond was. Het verzoek om schadevergoeding werd eveneens afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.