ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ5090
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige inbewaringstelling vreemdeling wegens niet-toepassen lichter middel
Eiser, een vreemdeling van Indiase nationaliteit, werd op 1 februari 2011 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde beroep in tegen deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding. De rechtbank behandelde het beroep en overwoog dat volgens de Terugkeerrichtlijn eerst moet worden onderzocht of een minder dwingende maatregel dan bewaring doeltreffend kan zijn.
Verweerder beriep zich op eerdere bewaringen van eiser, eerdere aanzeggingen om Nederland te verlaten en het niet direct melden bij de korpschef na terugkeer uit Spanje. Eiser had zich echter zelf gemeld bij de politie en verklaarde te willen terugkeren naar India, wat hij ook tijdens het artikel 59 gehoor Pro bevestigde. De rechtbank oordeelde dat verweerder onvoldoende aannemelijk had gemaakt waarom geen lichter middel, zoals een meldplicht, kon worden toegepast.
Hierdoor was de inbewaringstelling vanaf het begin onrechtmatig. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, beval onmiddellijke opheffing van de bewaring en kende eiser een schadevergoeding toe van €1.410,--. Tevens werden de proceskosten van €874,-- aan eiser toegekend.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en beveelt onmiddellijke opheffing van de bewaring.