ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ5207
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bewaring vreemdeling onder toepasselijkheid Terugkeerrichtlijn en voortvarendheid uitzettingsprocedure
De rechtbank 's-Gravenhage heeft op 24 maart 2011 uitspraak gedaan in een zaak waarin eiser beroep instelde tegen de oplegging van een vrijheidsontnemende maatregel (bewaring) op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde zich op het standpunt dat de bewaring niet kon worden gedragen door de door verweerder aangevoerde gronden, mede gelet op de toepasselijkheid van de Terugkeerrichtlijn en het arrest Kadzoev van het Hof van Justitie. Verweerder voerde aan dat de richtlijn niet van toepassing zou zijn en dat de bewaring wel degelijk gerechtvaardigd was.
De rechtbank stelde vast dat eiser onder de werkingssfeer van de Terugkeerrichtlijn valt, ook als Dublinclaimant, en dat de gronden voor bewaring, met name de ongewenstverklaring en het niet onmiddellijk vertrekken, voldoende zijn om aan te nemen dat eiser de terugkeer of verwijderingsprocedure ontwijkt of belemmert. Andere gronden zoals het ontbreken van identiteitsdocumenten en het gebruik van aliassen werden in onderlinge samenhang beschouwd als indicaties van ontwijking.
Verder oordeelde de rechtbank dat verweerder voldoende voortvarend heeft gehandeld bij het indienen van de claim bij de Belgische autoriteiten en de voorbereiding van de overdracht, ondanks de tijdsduur tussen claim en overdracht. Ook het betoog van eiser dat verweerder onzorgvuldig had gehandeld door bepaalde documenten pas ter zitting te overleggen, werd verworpen.
De rechtbank concludeerde dat de bewaring en de tenuitvoerlegging daarvan niet in strijd zijn met de wet en in redelijkheid gerechtvaardigd zijn, en verklaarde het beroep ongegrond. Tevens wees zij het verzoek om schadevergoeding af.
Uitkomst: Het beroep tegen de bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.