ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ5311
Rechtbank 's-Gravenhage
- Kort geding
- P.A. Koppen
- Rechtspraak.nl
Gemeente niet gerechtigd tot heraanbesteding van onderhoud asfaltverhardingen zonder wezenlijke wijziging
De zaak betreft een geschil tussen Van der Steen B.V. en de gemeente Leidschendam-Voorburg over de aanbesteding van onderhoudswerkzaamheden aan asfaltverhardingen. Van der Steen had de eerste opdracht met de laagste prijs gewonnen, maar de gemeente zag zich door economische omstandigheden genoodzaakt deze opdracht niet te gunnen. Vervolgens kondigde de gemeente een tweede aanbesteding aan voor een vergelijkbare opdracht.
Van der Steen vorderde in kort geding dat de gemeente de aanbesteding van de tweede opdracht zou beëindigen, stellende dat deze opdracht niet wezenlijk verschilde van de eerste en dat de gemeente daardoor niet gerechtigd was tot heraanbesteding. De gemeente voerde aan dat er sprake was van wezenlijke wijzigingen, zoals een lagere omzet, een kortere looptijd en gewijzigde onderhoudsniveaus.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de wijzigingen onvoldoende wezenlijk waren om te spreken van een nieuwe opdracht. De halvering van de geraamde omzet, het vervallen van preventief onderhoud en de kortere looptijd binnen de raamovereenkomst waren niet doorslaggevend. Ook de aanpassing van de lijst met fictieve hoeveelheden en het gunningscriterium betroffen geen wijziging van de opdracht zelf.
Daarom was de gemeente niet gerechtigd de tweede opdracht opnieuw aan te besteden en werd de vordering van Van der Steen toegewezen. De gemeente werd veroordeeld de aanbesteding te beëindigen en in de proceskosten. Een dwangsom werd niet opgelegd omdat de gemeente onweersproken toezegde gehoor te geven aan het vonnis.
Uitkomst: De gemeente is veroordeeld de aanbesteding van de tweede opdracht onmiddellijk te beëindigen wegens onvoldoende wezenlijke wijziging.