ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ5601
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onjuiste berekening toetsingsinkomen huurtoeslag na overlijden
Eisers betwistten de door de Belastingdienst vastgestelde huurtoeslag voor het jaar 2008 na het overlijden van de heer A. Het geschil betrof de wijze waarop het toetsingsinkomen tijdsevenredig werd herleid naar een jaarinkomen, waarbij incidentele inkomsten na overlijden onjuist werden meegeteld.
De rechtbank stelde vast dat de Belastingdienst het toetsingsinkomen had berekend door het verzamelinkomen te delen door het aantal maanden dat de overledene leefde en dit te vermenigvuldigen met twaalf. Dit leidde tot een fictief jaarinkomen dat hoger was dan het werkelijke inkomen, omdat incidentele uitkeringen na overlijden meerdere malen werden meegeteld.
De rechtbank oordeelde dat deze wijze van herrekening in strijd is met de bedoeling van de wetgever, die een zo nauwkeurig mogelijke benadering van het inkomen tot het tijdstip van overlijden nastreeft. Tevens werd geoordeeld dat het niet horen van eisers in strijd was met de hoorplicht, zeker omdat hier expliciet om was verzocht.
Het beroep werd gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en de Belastingdienst opgedragen een nieuw besluit te nemen met een correcte berekening. Proceskosten werden niet toegewezen vanwege de familierelatie tussen eisers en hun gemachtigde.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot huurtoeslagberekening wordt vernietigd.