ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ5826
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Schadevergoedingsvordering wegens onrechtmatige inbeslagname en beslagduur van cd's en videobanden
Op 6 augustus 1997 namen buitengewone opsporingsambtenaren van Buma/Stemra 33.647 cd's, 1.400 muziekcassettes en 853 videobanden in beslag bij Avtar Stores, eigendom van eiser. De strafzaak tegen eiser werd in 2002 geseponeerd wegens onvoldoende bewijs en verjaring. Eiser vordert schadevergoeding wegens onrechtmatige inbeslagname, onzorgvuldig onderzoek en onrechtmatig voortduren van het beslag.
De rechtbank oordeelt dat de vorderingen op grond van onrechtmatige inbeslagname en onzorgvuldig onderzoek verjaard zijn, omdat eiser niet tijdig zijn rechtsvordering instelde of de verjaring stuitte. Eiser mag echter bewijs leveren dat Buma/Stemra de stuitingsbrieven heeft ontvangen, wat de verjaring kan doorbreken. De vordering wegens onrechtmatig voortduren van het beslag wordt afgewezen omdat het tijdsverloop mede aan eiser zelf te wijten is en de juiste procedure niet werd gevolgd.
De rechtbank bepaalt dat indien eiser bewijs wil leveren door getuigen, deze zullen worden gehoord, en stelt nadere procesregels vast. De zaak wordt aangehouden voor verdere bewijslevering en beslissing.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen wegens verjaring af, maar staat bewijslevering toe over ontvangst stuitingsbrieven en houdt verdere beslissing aan.