ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ6061
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M. Th. Nijhuis
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid opname in intern verwijzingsregister bank na frauduleuze transactie
Verzoeker is al circa twintig jaar klant bij ABN AMRO en gebruikte een betaalrekening waarop op 2 november 2010 een bedrag werd bijgeschreven afkomstig van een frauduleuze overboeking. Na opname van een deel van dit bedrag op 4 november 2010 blokkeerde ABN AMRO de rekening en nam verzoeker op in het intern verwijzingsregister (IVR) wegens vermoeden van oneigenlijk gebruik.
Verzoeker stelde dat de registratie onterecht was, dat hij niet betrokken was bij fraude en dat de maatregelen disproportioneel waren, terwijl ABN AMRO de registratie verdedigde met een redelijk vermoeden van misbruik. De rechtbank oordeelde dat de registratie conform het Protocol Incidentenwaarschuwingssysteem financiële instellingen en de Wet bescherming persoonsgegevens was en dat de gegevens feitelijk juist waren.
De rechtbank verwierp de betwisting van verzoeker, die onvoldoende bewijs leverde dat de registratie onjuist was, en concludeerde dat de bank terecht had gehandeld. Het verzoek tot verwijdering werd afgewezen en verzoeker werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Verzoek tot verwijdering uit het intern verwijzingsregister wordt afgewezen omdat de registratie terecht en feitelijk juist is.