ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ6154
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Echtscheiding met partneralimentatie en verdeling huwelijksgoederengemeenschap
Partijen zijn gehuwd in gemeenschap van goederen en verzoeken echtscheiding met nevenvoorzieningen, waaronder partneralimentatie, verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap en gebruik van de echtelijke woning.
De rechtbank oordeelt dat het huwelijk duurzaam is ontwricht en wijst het verzoek tot echtscheiding toe. De man krijgt het voortgezet gebruik van de woning toegekend en moet vanaf de inschrijving van de echtscheidingsbeschikking een partneralimentatie van €1.460 per maand aan de vrouw betalen. De alimentatieplicht eindigt pas na inschrijving van de echtscheiding, waarbij de vraag of de vrouw samenwoont met een nieuwe partner als gehuwd wordt betwist en pas na ontbinding beoordeeld kan worden.
De rechtbank gaat uit van de datum van de beschikking als peildatum voor de waardering van de huwelijksgoederengemeenschap. Partijen zijn het eens over toedeling van woning, inboedel, auto en motoren, maar twisten over taxaties en verrekening van rekeningen. De rechtbank draagt partijen op taxaties te laten verrichten en houdt de verdeling aan tot 15 augustus 2011 om nadere stukken en overleg mogelijk te maken.
De man heeft onvoldoende onderbouwd dat de vrouw zwartwerk verricht of dat sprake is van grievend gedrag dat de alimentatieplicht zou verminderen. De rechtbank wijst het verzoek van de man tot nihil partneralimentatie af. Ook wijst de rechtbank het verzoek van de man tot vergoeding van verkeersboetes en internaatkosten af wegens onvoldoende onderbouwing.
De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en bevat bepalingen over verdere procedurele stappen bij het ontbreken van stukken of overleg.
Uitkomst: Echtscheiding uitgesproken, man krijgt gebruik woning en moet partneralimentatie betalen; verdeling gemeenschap aangehouden tot nadere stukken.