ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ6182
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige vreemdelingenbewaring wegens onrechtmatige aanhouding en vrijspraak
Eiser, een Nigeriaanse vreemdeling zonder rechtmatig verblijf, werd op 29 april 2011 in vreemdelingenbewaring gesteld wegens het belang van de openbare orde. Hij was eerder strafrechtelijk aangehouden op verdenking van het gebruik van crimineel geld, maar werd op 13 mei 2011 door de politierechter vrijgesproken wegens onrechtmatige aanhouding.
De rechtbank constateert dat eiser bij zijn staandehouding in het bezit was van een geldig paspoort met Schengenvisum, voldoende geld en een retourticket naar Nigeria. De gronden voor de bewaring, zoals het ontbreken van een identiteitsbewijs en bestaansmiddelen, waren onjuist en direct het gevolg van het onrechtmatig handelen van verweerder.
De rechtbank oordeelt dat de bewaring van aanvang af onrechtmatig was en beveelt de opheffing van de bewaring. Tevens kent zij eiser een schadevergoeding toe van €1995,-- voor de periode van bewaring en veroordeelt verweerder in de proceskosten van €874,--. Partijen kunnen binnen een week hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, heft de vreemdelingenbewaring op en kent een schadevergoeding van €1995 toe.