ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ6231
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.Th. Nijhuis
- Rechtspraak.nl
Vaststelling Nederlandse nationaliteit door medenaturalisatie van minderjarige
Verzoeker, geboren in 1991 in Pakistan, is samen met zijn moeder in 1993 in Amsterdam ingeschreven. Zijn moeder verkreeg op 5 februari 1998 het Nederlanderschap door naturalisatie, waarbij verzoeker als minderjarige mede werd genaturaliseerd. Na een weigering van de gemeente Amsterdam om de buitenlandse geboorteakte van verzoeker in te schrijven met vermelding van het Nederlanderschap, is bezwaar gemaakt en DNA-onderzoek verricht. Uiteindelijk werd de inschrijving met de juiste nationaliteitsvermelding op 3 oktober 2008 uitgevoerd.
Verzoeker heeft de rechtbank verzocht vast te stellen dat hij sinds 5 februari 1998 de Nederlandse nationaliteit bezit en dat de gemeente Amsterdam in de proceskosten wordt veroordeeld. De IND erkende het Nederlanderschap van verzoeker door medenaturalisatie en stemde toe in het verzoek, maar betwistte de kostenveroordeling voor buitengerechtelijke kosten en DNA-onderzoek.
De rechtbank oordeelt dat verzoeker inderdaad sinds 5 februari 1998 Nederlander is door medenaturalisatie met zijn moeder en veroordeelt de IND tot vergoeding van de proceskosten die direct verband houden met deze procedure, zoals griffierecht en advocaatkosten, maar wijst buitengerechtelijke kosten en DNA-onderzoek af. Het verzoek wordt verder afgewezen.
Uitkomst: Verzoeker is sinds 5 februari 1998 Nederlander door medenaturalisatie en de IND wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten die betrekking hebben op de procedure.