ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ6238
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen voortduren vreemdelingenbewaring zonder zicht op uitzetting naar China
Eiser is op 8 februari 2011 in vreemdelingenbewaring gesteld en heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van deze maatregel. Hij betoogde dat er geen zicht is op uitzetting naar China omdat de Chinese autoriteiten geen laissez-passers verstrekken en hij niet over de benodigde documenten beschikt.
Verweerder stelde dat circa dertig Chinese vreemdelingen in de periode januari 2010 tot februari 2011 met de sterke arm zijn uitgezet, waarbij zij in het bezit waren van een geldig paspoort of identiteitskaart. Eiser heeft onvoldoende medewerking verleend om originele documenten te verkrijgen, ondanks dat hij in een vertrekgesprek verklaarde in 2006 een paspoort te hebben gehad dat naar zijn vrouw in China was gestuurd.
De rechtbank oordeelde dat eiser op grond van de jurisprudentie verplicht is actief en controleerbaar mee te werken aan het verkrijgen van documenten voor uitzetting. Omdat eiser hier niet aan heeft voldaan en de uitzetting van andere Chinezen wel heeft plaatsgevonden, is er wel degelijk zicht op uitzetting. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.