ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ6604
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende motivering ongeloofwaardigheid
Eiseres, een Iraakse vrouw van Soennitische afkomst, verzocht om een verblijfsvergunning asiel na ontvoering van haar zoon en een dreiging dat zij zou worden vermoord. Verweerder wees de aanvraag af op grond van artikel 31, tweede lid, aanhef en onder f, van de Vreemdelingenwet 2000, omdat het asielrelaas niet geloofwaardig zou zijn. De rechtbank oordeelt dat de tegenstrijdigheden in de verklaringen van eiseres en haar zoon over de doodsbedreiging onvoldoende reden zijn om het relaas ongeloofwaardig te achten.
De rechtbank stelt vast dat eiseres psychisch zwaar belast en emotioneel in de war was tijdens en na de ontvoering, en dat zij informatie over de dreiging slechts via derden ontving. Dit verklaart de verschillen in haar verklaring ten opzichte van haar zoon. Ook acht de rechtbank van belang dat verweerder de ontvoering en de omstandigheden daaromheen als geloofwaardig heeft beoordeeld. Het besluit van verweerder voldoet daarom niet aan de hoge motiveringseisen die gelden bij het betwisten van geloofwaardigheid.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en beveelt verweerder een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze overwegingen. Tevens veroordeelt zij verweerder in de proceskosten van eiseres.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering van de ongeloofwaardigheid.