ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ6642
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing maatregel bewaring wegens ontbreken zicht op uitzetting naar China
De Minister voor Immigratie en Asiel had op 10 februari 2011 een maatregel van bewaring opgelegd aan eiser, een Chinese vreemdeling. Eerder ingediende beroepen tegen deze maatregel waren ongegrond verklaard. Eiser stelde dat er geen zicht was op uitzetting naar China binnen een redelijke termijn en verzocht om opheffing van de bewaring en schadevergoeding.
Tijdens de zitting en schriftelijk onderzoek stelde de rechtbank vragen aan verweerder over de voortgang van de uitzetting en de afgifte van laissez passers door de Chinese autoriteiten. Verweerder gaf aan dat ondanks overleg met de Chinese ambassadeur op 22 maart 2011 geen concrete vooruitgang was geboekt en dat de afgifte van laissez passers niet op meer regelmatige basis plaatsvond.
De rechtbank concludeerde dat het zicht op uitzetting van eiser is komen te ontbreken, mede omdat voor eiser geen geldig reisdocument beschikbaar was, in tegenstelling tot andere gevallen waarin uitzetting wel had plaatsgevonden. De maatregel van bewaring werd daarom onrechtmatig geacht en onmiddellijk opgeheven. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen, maar verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiser.
Uitkomst: De maatregel van bewaring wordt opgeheven wegens ontbreken van zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn.