ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ6643
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing bewaring vreemdeling wegens ontbreken zicht op uitzetting naar Eritrea
De Minister voor Immigratie en Asiel had op 4 januari 2011 aan eiseres, een Eritrese vreemdeling, een maatregel van bewaring opgelegd. Eerder ingestelde beroepen tegen deze maatregel waren ongegrond verklaard, waaronder een uitspraak van 9 maart 2011. Eiseres stelde dat sinds die uitspraak geen zicht op uitzetting naar Eritrea bestond en dat de bewaring daarom onrechtmatig voortduurde. Tevens verzocht zij om schadevergoeding.
Tijdens de zitting op 26 april 2011 werd vastgesteld dat ondanks meerdere aanvragen voor laissez passers en gesprekken met Eritrese autoriteiten, er geen concrete vooruitgang was geboekt. De autoriteiten van Eritrea reageerden niet op rappels en er was geen aanknopingspunt dat binnen redelijke termijn uitzetting mogelijk was.
De rechtbank oordeelde dat het voortduren van de bewaring sinds de uitspraak van 9 maart 2011 in strijd was met de wet en beveelde de onmiddellijke opheffing van de maatregel. Tevens kende de rechtbank een schadevergoeding toe van €4000,- voor de onrechtmatige bewaring en veroordeelde de Staat tot vergoeding van de proceskosten ad €874,-.
Uitkomst: De bewaring van eiseres wordt opgeheven wegens het ontbreken van zicht op uitzetting binnen redelijke termijn en zij ontvangt een schadevergoeding van €4000,-.