ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ6757
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.B. de Vries-van den Heuvel
- H.C. Greeuw
- S.W.S. Kiliç
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit ongewenstverklaring wegens onvoldoende motivering omtrent UNHCR-Note als concreet aanknopingspunt
Eiser, van Afghaanse nationaliteit, was ongewenst verklaard op grond van artikel 1(F) van het Vluchtelingenverdrag vanwege zijn vermeende betrokkenheid bij de KhAD/WAD. Eiser verzocht om opheffing van deze ongewenstverklaring, welke door verweerder werd afgewezen. De rechtbank oordeelt dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de UNHCR-Note, die nieuwe informatie bevat over de KhAD/WAD, niet als concreet aanknopingspunt voor twijfel aan het ambtsbericht kan gelden.
De rechtbank stelt vast dat de UNHCR-Note gebaseerd is op bronnen die niet alleen voormalige KhAD/WAD-medewerkers betreffen, maar ook wetenschappers en VN-medewerkers. Zonder nadere motivering kan niet worden aangenomen dat deze bronnen onbetrouwbaar zijn. Tevens is het onderzoek van UNHCR breder dan de periode waarop het ambtsbericht ziet, wat eiser niet in een onmogelijke bewijspositie mag brengen.
Gelet op het belang van de UNHCR-Note en het ontbreken van een deugdelijke motivering door verweerder, wordt het bestreden besluit vernietigd en wordt verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen. Tevens wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot ongewenstverklaring wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering omtrent de UNHCR-Note als concreet aanknopingspunt.