ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ6915
Rechtbank 's-Gravenhage
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Verbod op executie vonnis wegens schending hoor en wederhoor bij dagvaarding
In deze zaak vordert Irel dat executie van een vonnis van de kantonrechter wordt verboden omdat dat vonnis tot stand is gekomen in strijd met fundamentele procesbeginselen. De dagvaarding was slechts aan één partij betekend, terwijl het vonnis ook Irel aansprak, die niet was verschenen en geen verweer voerde.
De voorzieningenrechter oordeelt dat slechts één exemplaar van de dagvaarding is betekend, wat in strijd is met artikel 46 lid 1 Rv Pro indien meerdere partijen zouden zijn gedagvaard. De kantonrechter ging ten onrechte uit van meerdere gedaagden en veroordeelde Irel bij verstek, zonder dat zij was opgeroepen of verweer kon voeren. Dit is een schending van het beginsel van hoor en wederhoor (artikel 19 Rv Pro).
De voorzieningenrechter concludeert dat het eindvonnis een evidente juridische misslag bevat en verbiedt executie totdat het vonnis onherroepelijk is of in hoger beroep is beslist. Tevens wordt een dwangsom opgelegd voor overtreding van dit verbod. De kosten van het geding worden aan [gedaagde] opgelegd.
Uitkomst: Executie van het vonnis wordt verboden totdat het onherroepelijk is of in hoger beroep is beslist.