ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ7067
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige vreemdelingenbewaring wegens schending vertrektermijn terugkeerrichtlijn
Eiser, een Libische vreemdeling, werd in vreemdelingenbewaring gesteld en kreeg bij opheffing van die bewaring schriftelijk een aanzegging om Nederland binnen twee dagen te verlaten. De rechtbank oordeelt dat deze aanzegging een vertrektermijn is als bedoeld in artikel 7 van Pro de Terugkeerrichtlijn en tevens kwalificeert als een terugkeerbesluit waarin het illegale verblijf van eiser wordt vastgesteld.
De bewaring binnen deze vertrektermijn is in strijd met artikel 8, tweede lid, van de Terugkeerrichtlijn, omdat de bewaring pas na het verstrijken van de vertrektermijn mag worden uitgevoerd. Verweerder heeft geen omstandigheden aangevoerd die afwijking rechtvaardigen. De rechtbank beveelt daarom de opheffing van de bewaring met ingang van 1 juni 2011.
Daarnaast kent de rechtbank eiser een schadevergoeding toe van €1.155,- wegens de onrechtmatige bewaring en veroordeelt verweerder in de proceskosten van €874,-. Het beroep is gegrond verklaard en partijen is de mogelijkheid tot hoger beroep gegeven.
Uitkomst: De rechtbank beveelt opheffing van de vreemdelingenbewaring wegens schending van de vertrektermijn en kent een schadevergoeding toe.