ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ7105
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige grensdetentie van minderjarige asielzoekers in AC Schiphol
Eisers, een gezin met minderjarige kinderen, werden op 1 april 2011 op Schiphol de toegang tot Nederland geweigerd en vervolgens vrijheidsontnemende maatregelen opgelegd in het aanmeldcentrum (AC) Schiphol. Zij stelden dat deze detentie in strijd was met artikel 5 lid 1 sub f EVRM Pro en het IVRK, vanwege ongeschikte verblijfsomstandigheden en het ontbreken van een belangenafweging.
De rechtbank overwoog dat de detentie van de minderjarige kinderen niet te goeder trouw was toegepast, onvoldoende in verband stond met het doel van het voorkomen van ongeoorloofde binnenkomst en dat het AC Schiphol niet geschikt is voor minderjarige vreemdelingen. De detentie werd daarom als willekeurig beoordeeld en in strijd met het EVRM verklaard.
De rechtbank kende aan de minderjarige eisers een schadevergoeding toe van €80 per dag, in totaal €1.440, en veroordeelde de Staat in proceskosten. De beroepen van de ouders en overige meerderjarige familieleden werden ongegrond verklaard omdat zij geen onrechtmatigheid hadden onderbouwd en er geen feitelijke scheiding van de kinderen had plaatsgevonden.
De uitspraak bevestigt de noodzaak van een zorgvuldige belangenafweging en passende opvang bij grensdetentie van gezinnen met minderjarige kinderen, in lijn met internationale mensenrechtenverdragen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de beroepen van minderjarige asielzoekers gegrond wegens onrechtmatige detentie en kent schadevergoeding toe; beroepen van ouders en overige familieleden worden ongegrond verklaard.