ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ7232
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.J. van den Bergh
- H.P.M. Meskers
- C.J. Waterbolk
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroepen tegen bouwvergunning en vrijstelling voor woningbouw te Moordrecht
Het college van burgemeester en wethouders van Zuidplas verleende op 1 december 2009 een reguliere bouwvergunning eerste fase en een vrijstelling op grond van artikel 19, tweede lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO) voor de bouw van 65 woningen te Moordrecht. Eisers, wonende in de directe nabijheid van het bouwplan, stelden beroep in tegen dit besluit. De rechtbank overwoog dat het bouwplan niet valt onder de Crisis- en Herstelwet omdat het niet onderdeel is van een integrale gebiedsontwikkeling.
De rechtbank stelde vast dat het bouwplan in strijd is met het geldende bestemmingsplan, maar dat de vrijstelling terecht is verleend op basis van het besluit van gedeputeerde staten van Zuid-Holland van 9 oktober 2007. De ruimtelijke onderbouwing van het bouwplan werd als voldoende beoordeeld, waarbij onder meer de stedenbouwkundige aansluiting op de omgeving en de landschappelijke inpassing werden meegewogen.
Verder werden de aangevoerde bezwaren over archeologisch onderzoek, milieukundig bodemonderzoek en flora- en faunaonderzoek verworpen omdat geen tegenadviezen werden overgelegd en de onderzoeken geen belemmeringen vormden. Ook de privacy- en uitzichtbezwaren werden niet gegrond verklaard. De rechtbank concludeerde dat het college in redelijkheid gebruik heeft gemaakt van zijn bevoegdheid tot vrijstelling en dat de bouwvergunning terecht is verleend.
De beroepen werden ongegrond verklaard en een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De beroepen tegen de bouwvergunning en vrijstelling worden ongegrond verklaard.