ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ7353
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen terugkeerbesluit zonder vertrektermijn in strijd met Terugkeerrichtlijn
Verzoeker, van Ghanese nationaliteit, maakte bezwaar tegen een terugkeerbesluit waarbij geen vertrektermijn werd gegund. Hij stelde dat dit in strijd was met artikel 7 van Pro de Terugkeerrichtlijn, die een minimale vertrektermijn van zeven dagen voorschrijft.
De voorzieningenrechter oordeelde dat artikel 62, derde lid, onder b, van de Vreemdelingenwet 2000 niet de bepalingen van de Terugkeerrichtlijn over een vertrektermijn implementeert, aangezien dit artikel alleen ziet op situaties zonder voorafgaand rechtmatig verblijf. De Terugkeerrichtlijn is echter in beginsel steeds van toepassing bij onrechtmatig verblijf en vereist een vertrektermijn, tenzij objectieve criteria een uitzondering rechtvaardigen.
Verweerder kon geen objectieve gronden voor het afzien van de vertrektermijn aanvoeren. Ook ontbrak een motivering in het besluit en werden individuele omstandigheden niet meegewogen. Daarom werd het verzoek toegewezen en het besluit geschorst tot de beslissing op bezwaar, en in ieder geval tot zeven dagen na 22 april 2011.
Uitkomst: Het terugkeerbesluit wordt geschorst tot de beslissing op bezwaar en in ieder geval tot zeven dagen na 22 april 2011 vanwege het ontbreken van een vertrektermijn.