ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ7513
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gerechtelijke vaststelling vaderschap minderjarige onder Kameroens recht
De moeder verzocht de rechtbank om de bijzondere curator te vervangen en om gerechtelijke vaststelling van het vaderschap van de man over haar twee minderjarige kinderen. De rechtbank oordeelde dat de bijzondere curator haar taak naar behoren had vervuld en wees het verzoek tot vervanging af.
De rechtbank paste Kameroens recht toe op het verzoek, waarbij werd vastgesteld dat er geen wettig huwelijk was tussen de ouders volgens Nederlands noch Kameroens recht. Voor de gerechtelijke vaststelling van het vaderschap werd de verordening 81/02 van Kameroen geraadpleegd, waarin onder meer termijnen voor ontvankelijkheid zijn opgenomen. De moeder was ontvankelijk voor het verzoek ten aanzien van de jongste minderjarige, omdat het verzoek binnen twee jaar na diens geboorte was ingediend. Voor de oudste minderjarige was dit niet het geval, waardoor het verzoek niet-ontvankelijk werd verklaard.
De rechtbank overwoog verder dat een bloedband geen wettelijk vereiste is voor gerechtelijke vaststelling van het vaderschap volgens Kameroens recht en dat DNA-onderzoek slechts aan de orde komt bij geschilpunten over de conceptie. Aangezien de ouders het vaderschap erkenden, werd het vaderschap van de man over de jongste minderjarige vastgesteld. Het verzoek tot gerechtelijke vaststelling van het vaderschap over de oudste minderjarige werd afgewezen wegens termijnoverschrijding.
Uitkomst: Het vaderschap van de man over de jongste minderjarige wordt vastgesteld, terwijl de moeder niet-ontvankelijk wordt verklaard voor het vaderschapsverzoek ten aanzien van de oudste minderjarige.