ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ7661
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit ongewenstverklaring wegens onvoldoende belangenafweging gezinsleven
Eiser, van Afghaanse nationaliteit, werd bij besluit van 22 januari 2007 ongewenst verklaard op grond van artikel 67 Vreemdelingenwet Pro 2000. Na bezwaar en beroep werd het besluit in eerdere uitspraken deels vernietigd en bevestigd door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. In de onderhavige procedure betwist eiser opnieuw het besluit.
De rechtbank stelde in een tussenuitspraak vast dat de ongewenstverklaring een inmenging vormt op het recht van gezinsleven van eiser en zijn gezin, dat bestaat uit zijn echtgenote en drie kinderen met Nederlandse nationaliteit. Verweerder had echter nagelaten een zorgvuldige en kenbare belangenafweging te maken en inzichtelijk te maken welke persoonlijke belangen van eiser zijn meegewogen bij de beoordeling van de rechtmatigheid van de inmenging.
Verweerder voerde dat het gezin sinds 2009 in België woont en dat er geen inmenging is, dan wel dat een eventuele inmenging gerechtvaardigd is vanwege de toepassing van artikel 1(F) Vluchtelingenverdrag, die eiser als gevaar voor de openbare orde kwalificeert. De rechtbank verwierp deze standpunten omdat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd hoe de belangenafweging is gemaakt.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en droeg verweerder op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten en tot vergoeding van het griffierecht aan eiser.
Uitkomst: Het besluit tot ongewenstverklaring wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering en belangenafweging omtrent het recht op gezinsleven.