ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ7677
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- C. van Linschoten
- J.J.W.P. van Gastel
- E. Horsthuis
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag uit Macedonië wegens veilig land van herkomst
Eisers, afkomstig uit Macedonië en van Roma-afkomst, hebben asiel aangevraagd wegens discriminatie en mishandeling in hun land van herkomst. De Minister van Immigratie en Asiel wees deze aanvragen af op grond van artikel 31 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, omdat Macedonië wordt beschouwd als een veilig land van herkomst.
De rechtbank toetst de besluiten en concludeert dat, ondanks de zorgelijke positie van de Roma in Macedonië en hun discriminatie, de Macedonische autoriteiten pogingen doen deze positie te verbeteren. Er is geen voldoende bewijs dat Macedonië zijn verdragsverplichtingen uit mensenrechtenverdragen niet naleeft. De door eisers aangevoerde arresten van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens betreffen bovendien een eerdere periode (1998-2000) en bieden onvoldoende aanleiding voor een ander oordeel.
De rechtbank acht de verklaringen van eisers over mishandelingen en discriminatie onvoldoende geloofwaardig om het algemene rechtsvermoeden te doorbreken. Ook is niet aannemelijk dat de overheid geen bescherming biedt tegen discriminatie die een ernstige beperking van bestaansmogelijkheden veroorzaakt.
Daarom wordt het beroep tegen de weigering van de verblijfsvergunning asiel ongegrond verklaard. Het beroep tegen de weigering van een ambtshalve verblijfsvergunning wordt niet-ontvankelijk verklaard en doorgezonden als bezwaarschrift. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt dat Macedonië als veilig land van herkomst geldt.