ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ7987
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onmiddellijke opheffing vreemdelingenbewaring wegens onvoldoende voortvarendheid verwijderingsvoorbereiding
Eiser is op 15 maart 2011 in vreemdelingenbewaring gesteld en heeft hiertegen beroep ingesteld tegen het voortduren van deze maatregel. De rechtbank heeft het beroep behandeld en beoordeeld of de bewaring in overeenstemming is met de Vreemdelingenwet 2000 en de Terugkeerrichtlijn.
De rechtbank oordeelt dat er wel degelijk een redelijk vooruitzicht op verwijdering van eiser naar Guinee bestaat, mede gelet op de verstrekte laissez-passer documenten door de Guinese autoriteiten en eerdere succesvolle uitzettingen. Het verzoek van eiser om toepassing van artikel 64 Vw Pro 2000, dat medische belemmeringen tot uitzetting betreft, was nog niet behandeld.
Wel concludeert de rechtbank dat verweerder onvoldoende voortvarend heeft gehandeld bij de behandeling van het verzoek om toepassing van artikel 64 Vw Pro 2000, dat inmiddels drie weken geleden is ingediend zonder dat er actie is ondernomen. Dit leidt tot de conclusie dat de voortzetting van de bewaring niet gerechtvaardigd is.
De rechtbank beveelt de onmiddellijke opheffing van de bewaring en kent eiser een schadevergoeding toe van € 1.600 wegens de onrechtmatige voortzetting van de bewaring. Tevens worden de proceskosten van € 1.092,50 toegewezen, te betalen door de griffier van de rechtbank.
Uitkomst: De rechtbank beveelt onmiddellijke opheffing van de vreemdelingenbewaring wegens onvoldoende voortvarendheid van verweerder en kent een schadevergoeding toe.