ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ8188
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toekenning asiel aan bekeerde christen wegens reëel risico op vervolging in Iran
Eiser, een Iraanse staatsburger die zich in Nederland tot het christendom heeft bekeerd, verzocht om een verblijfsvergunning asiel. Zijn eerdere aanvragen werden afgewezen, onder meer vanwege twijfel over zijn reisroute en geloofwaardigheid van zijn relaas. De rechtbank oordeelt dat verweerder onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat eiser niet teruggekeerd is naar Iran en dat het ontbreken van authentieke documenten niet doorslaggevend is.
De rechtbank weegt de informatie uit ambtsberichten en diverse rapporten over de situatie van christenen in Iran, waaronder het risico op arrestaties en vervolging van bekeerde christenen die deelnemen aan nieuwe kerken en huiskerken. Dit ondersteunt de stelling van eiser dat hij bij terugkeer niet veilig formele erediensten kan bijwonen.
Verweerder kon niet volstaan met de stelling dat beperkingen in het bijwonen van kerkdiensten geen vervolging vormen. De rechtbank oordeelt dat het recht op godsdienstvrijheid ook het recht omvat om deel te nemen aan erediensten, en dat het risico op ernstige repercussies in Iran een gegronde vrees voor vervolging oplevert.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en draagt verweerder op een nieuw besluit te nemen rekening houdend met deze overwegingen. Tevens worden de proceskosten aan verweerder opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het afwijzingsbesluit van de verblijfsvergunning asiel wordt vernietigd.