ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ8286
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing mvv-aanvraag wegens onduidelijke kwalificatie bedreiging als geweldsmisdrijf
Eiser diende een aanvraag in voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) om bij zijn echtgenote te verblijven. Verweerder wees deze aanvraag af op grond van een eerdere strafrechtelijke veroordeling van eiser wegens bedreiging, waarbij verweerder deze bedreiging kwalificeerde als een geweldsmisdrijf met een terugkijktermijn van tien jaar. De rechtbank oordeelde dat verweerder het beleid correct toepaste door het recht en beleid te hanteren dat gold ten tijde van de aanvraag.
De kern van het geschil betrof de vraag of de bedreiging als een geweldsmisdrijf aangemerkt kon worden. Verweerder baseerde zich op de strafrechtelijke interpretatie van geweldsmisdrijven en de parlementaire geschiedenis, terwijl eiser stelde dat het begrip geweldsmisdrijf niet is gedefinieerd in het strafrecht en dat een verbale bedreiging niet zonder meer als zodanig kan worden beschouwd.
De rechtbank concludeerde dat de strafrechter zich niet expliciet had uitgesproken over de kwalificatie van de bedreiging als geweldsmisdrijf en dat de motivering van verweerder onvoldoende was. De nuance in de strafrechtelijke jurisprudentie toont aan dat een verbale bedreiging zonder nadere ondersteuning niet automatisch een geweldsmisdrijf is. Daarom werd het bestreden besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen binnen zes weken.
Daarnaast werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan eiser.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit tot afwijzing van de mvv-aanvraag wordt vernietigd.