ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ8292
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bewaring vreemdeling ondanks onrechtmatige ophouding
Eiser, een vreemdeling met Iraakse en Jordaanse nationaliteit, werd op 25 mei 2011 staande gehouden en vervolgens in bewaring gesteld wegens het niet naleven van zijn vertrektermijn en vermoedens van illegaal verblijf. Eiser stelde dat hij langer dan de wettelijk toegestane zes uur was opgehouden voor verhoor, waardoor de daaropvolgende bewaring onrechtmatig zou zijn.
De rechtbank constateerde dat de ophouding inderdaad langer dan zes uur duurde, maar oordeelde dat dit gebrek niet leidt tot onrechtmatigheid van de bewaring, omdat de belangen die de bewaring dienden, zoals het niet naleven van de vertrektermijn, in redelijke verhouding stonden tot het gebrek. Het feit dat eiser een gezin in Nederland heeft, woog niet zwaar genoeg om de bewaring te verwerpen.
Eiser voerde verder aan dat andere gronden voor bewaring onterecht waren en dat een lichter middel toegepast had moeten worden. De rechtbank verwierp deze stellingen, mede omdat eiser zich niet aan zijn vertrektermijn had gehouden en geen concrete feiten of omstandigheden had aangevoerd die de bewaring onevenredig maakten.
Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.