ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ8295
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- J.P. Smit
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening arbeidsmarktaantekening voor echtgenoot van EU-burger
Verzoeker, een Egyptische nationaliteit hebbende echtgenoot van een Nederlandse EU-burger, diende op 16 maart 2011 een aanvraag in voor een verblijfsdocument op grond van artikel 9 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Verweerder plaatste in zijn paspoort een sticker met de vermelding 'arbeid niet toegestaan'. Verzoeker maakte bezwaar tegen deze aantekening en vroeg om een voorlopige voorziening om toegang tot de arbeidsmarkt te verkrijgen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het recht om arbeid te verrichten voortvloeit uit artikel 23 van Pro Richtlijn 2004/38 en niet afhankelijk is van de afgifte van een verblijfsdocument. Omdat er geen aanwijzingen waren van rechtsmisbruik of fraude, mocht verweerder het arbeidsrecht van verzoeker niet beperken door de sticker te plaatsen. Het aanbrengen van de sticker werd aangemerkt als een handeling die gelijkgesteld moet worden aan een beschikking en daarmee vatbaar is voor bezwaar en beroep.
Gezien het belang van verzoeker om inkomen te verwerven voor zijn gezin en het feit dat zijn echtgenote als EU-burger verblijfsrecht heeft, werd het verzoek toegewezen. Verweerder werd gelast binnen één week de aantekening 'arbeid toegestaan' in het paspoort van verzoeker te plaatsen. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten en tot vergoeding van het griffierecht.
Uitkomst: Verweerder wordt gelast binnen één week de aantekening 'arbeid toegestaan' in het paspoort van verzoeker te plaatsen.