ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ8454
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag en terugkeerverplichting als onlosmakelijk verbonden besluiten
Eiser, van Iraakse nationaliteit, had een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd die werd ingetrokken. Vervolgens werd zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd afgewezen, waarbij ook een terugkeerverplichting werd opgelegd. Eiser voerde aan dat tegen het terugkeerbesluit bezwaar mogelijk moest zijn en dat de situatie in Irak een uitzondering vormde volgens de Definitierichtlijn. De rechtbank oordeelde dat de afwijzing van de asielaanvraag en de terugkeerverplichting onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn en dat bezwaar tegen de terugkeerverplichting gelijktijdig met het beroep tegen de afwijzing moet worden ingesteld.
De rechtbank stelde dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zich op het moment van afloop van zijn verblijfsvergunning een uitzonderlijke geweldssituatie voordeed in Irak zoals bedoeld in artikel 15 van Pro de Definitierichtlijn. Ook het beroep op artikel 8 EVRM Pro werd verworpen wegens onvoldoende onderbouwing en het wettelijke systeem waarbij eerst een vergunning voor bepaalde tijd wordt verleend. Ten slotte verklaarde de rechtbank het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag ongegrond en het beroep tegen de intrekking van de verblijfsvergunning niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag is ongegrond verklaard en het beroep tegen de intrekking van de verblijfsvergunning niet-ontvankelijk.