ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ8459

Rechtbank 's-Gravenhage

Datum uitspraak
6 april 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
AWB 11/9363
Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • J.P. Smit
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:67 AwbArt. 8:81 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening inzake kosten DNA-onderzoek en reis naar Mali

Verzoeker heeft een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) aangevraagd, welke bij besluit van 9 april 2010 werd afgewezen. Na bezwaar werd bij uitspraak van 15 oktober 2010 verweerder opgedragen een DNA-onderzoek uit te voeren. Verzoeker en zijn vader reisden hiervoor van Conakry, Guinee, naar Bamako, Mali, waar zij DNA-materiaal afstonden. Door een fout van verweerder, waarbij benodigde formulieren bij verzending ontbraken, kon het DNA-materiaal niet worden onderzocht.

Verweerder erkent de fout en biedt aan dat verzoeker en zijn vader opnieuw DNA-materiaal mogen afstaan. Verzoeker stelt echter financieel niet in staat te zijn de reis en het verblijf te bekostigen en verzoekt om behandeling alsof hij in het bezit is van een mvv.

De voorzieningenrechter oordeelt dat verweerder de gemaakte fout moet herstellen, maar dat het verzoek van verzoeker te ver gaat. De rechter wijst toe dat verweerder op eigen kosten het transport en verblijf naar Bamako moet verzorgen om DNA-materiaal af te staan, onder dreiging van een dwangsom. Tevens wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht aan verzoeker vergoed.

De uitspraak is onherroepelijk en het verzoek om behandeling als ware verzoeker in het bezit van een mvv wordt afgewezen, maar de praktische voorziening wordt toegewezen.

Uitkomst: Verweerder wordt opgedragen op eigen kosten transport en verblijf naar Mali te verzorgen voor DNA-afname, onder dreiging van een dwangsom.

Uitspraak

RECHTBANK ’s-GRAVENHAGE
Sector Bestuursrecht
Zittinghoudende te Amsterdam
zaaknummer: AWB 11/9363
V-nr: [V-nr]
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter voor vreemdelingenzaken van 6 april 2011 in de zaak tussen
[verzoeker],
geboren op [geboortedatum] 2006, van Guineese nationaliteit, verzoeker,
gemachtigde A.C.M. Nederveen, advocaat te Amsterdam
en
de minister voor Buitenlandse Zaken,
verweerder,
gemachtigde mr E. de Jong, werkzaam bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst.
Zitting hebben:
Mr. J.P. Smit, voorzieningenrechter,
Mr. J. Krikke, griffier.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 6 april 2011. Partijen zijn vertegenwoordigd door hun gemachtigden.
Met inachtneming van artikel 8:67 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) heeft de voorzieningenrechter onmiddellijk na sluiting van het onderzoek ter zitting mondeling uitspraak gedaan. De voorzieningenrechter heeft hierbij aan partijen meegedeeld dat tegen de uitspraak geen rechtsmiddel open staat.
Beslissing
De voorzieningenrechter:
- wijst het verzoek toe;
- draagt verweerder op om, binnen twee weken na heden, verzoeker en zijn vader in staat te stellen van Conakry, Guinee, naar Bamako, Mali, te reizen, daar te verblijven en terug te reizen, om aldaar DNA-materiaal af te staan, een en ander op kosten van verweerder, op straffe van een dwangsom van € 200,-- per dag dat verweerder daaraan niet voldoet met een maximum van € 20.000,--;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten, begroot op € 874,-- te betalen aan de griffier van deze rechtbank;
- bepaalt dat verweerder het griffierecht van € 152,-- aan verzoeker moet vergoeden.
Motivering
Verzoeker heeft een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) aangevraagd. Verweerder heeft bij besluit van 9 april 2010 deze aanvraag afgewezen. Verzoeker heeft hiertegen bezwaar gemaakt.
Bij uitspraak van 15 oktober 2010 (AWB 10/29714) heeft de voorzieningenrechter verweerder opgedragen een DNA-onderzoek uit te voeren.
Verzoeker en zijn vader zijn hiervoor van Conakry, Guinee, naar Bamako, Mali, gereisd waar zij bij de Nederlandse vertegenwoordiging aldaar DNA-materiaal hebben afgestaan. Zij zijn vervolgens weer terug gegaan naar Conakry, Guinee.
Verweerder heeft het DNA-materiaal vervolgens verzonden naar Sanquin te Amsterdam opdat aldaar het DNA-onderzoek zou plaatsvinden. Door een fout van verweerder zijn bij de verzending de benodigde formulieren niet bijgevoegd. Toen deze fout eenmaal was ontdekt, was het materiaal inmiddels te verouderd om nog een deugdelijk onderzoek te verrichten. Verweerder erkent dat zij deze fout hebben gemaakt en stelt verzoeker en zijn vader in staat om opnieuw DNA-materiaal af te staan.
Verzoeker voert aan dat zij financieel niet in staat zijn om nogmaals deze reis en het verblijf in Bamako, Mali, te kunnen betalen. Verzoeker vraagt dan ook om behandeld te worden als ware hij in het bezit van een mvv.
De voorzieningenrechter stelt vast dat verweerder een fout heeft gemaakt en dat van verweerder verwacht mag worden dat hij die fout op een of andere manier herstelt. Het louter in de gelegenheid stellen om opnieuw DNA-materiaal af te staan is daartoe te mager. Het verzoek van verzoeker gaat echter ook te ver. Waar nog steeds onduidelijkheid is over de afstamming, is een voorziening die waarschijnlijk onomkeerbaar is op dit moment nog niet op zijn plaats. Meer in aanmerking komt de voorziening dat verweerder op zijn kosten zorgt voor transport en verblijf naar Bamako, Mali, om aldaar DNA-materiaal af te staan. De voorzieningenrechter zal aldus het verzoek toewijzen en verweerder in de kosten veroordelen.
Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal.
griffier voorzieningenrechter
afschrift verzonden op:
Conc.: JK
Coll.:
D: C
VK
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.