ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ8740
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toepassing Terugkeerrichtlijn op bewaring van Dublinclaimant en beoordeling rechtmatigheid maatregel
De rechtbank 's-Gravenhage behandelde het beroep van een Dublinclaimant tegen een maatregel van vreemdelingenbewaring op grond van artikel 59 Vreemdelingenwet Pro 2000. De kernvraag was of de Terugkeerrichtlijn van toepassing is op Dublinclaimanten en of de bewaring rechtmatig was.
De rechtbank stelde vast dat de Dublinverordening niet is uitgesloten van de Terugkeerrichtlijn en dat deze richtlijn dus van toepassing is op Dublinclaimanten. De rechtbank verwierp het standpunt van verweerder dat een afwijkend juridisch kader geldt voor Dublinclaimanten. Tevens werd beoordeeld of overdracht aan België als terugkeer valt onder de richtlijn, wat werd bevestigd.
De rechtbank oordeelde dat de bewaring alleen gerechtvaardigd is indien de vreemdeling de terugkeer of verwijderingsprocedure ontwijkt of belemmert. De grond van 'risico op onderduiken' kon niet worden aangevoerd wegens gebrek aan objectieve criteria in nationale wetgeving. De grond 'onvoldoende middelen van bestaan' mocht niet worden gebruikt zonder concrete aanwijzingen van ontwijking.
Gelet op de vreemdelingenrechtelijke geschiedenis van eiser, de voortvarendheid van de verwijderingsprocedure en de gegronde redenen voor bewaring, verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.