ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ8939
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Geen procesbelang bij beroep tegen nieuw terugkeerbesluit na eerdere vaststelling vertrektermijn
Eiser, een Iraakse nationaliteit, kreeg op 2 augustus 2007 een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Bij besluit van 3 februari 2010 werd deze vergunning ingetrokken met ingang van 22 november 2008. Eiser heeft tegen dit besluit geen rechtsmiddelen aangewend, waardoor het besluit en de daaraan verbonden vertrektermijn in rechte vast zijn komen te staan.
Op 15 december 2010 ontving eiser een nieuw terugkeerbesluit waarin hij werd gesommeerd Nederland onmiddellijk te verlaten. Eiser maakte bezwaar tegen dit besluit, dat op 22 februari 2011 ongegrond werd verklaard. Vervolgens diende hij beroep in bij de rechtbank.
De rechtbank oordeelt dat het eerdere besluit van 3 februari 2010 als een terugkeerbesluit in de zin van de Terugkeerrichtlijn kan worden aangemerkt. Omdat eiser toen geen rechtsmiddelen heeft aangewend om de vertrektermijn aan te vechten, staat deze termijn vast en heeft hij geen belang bij het beroep tegen het latere terugkeerbesluit. Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk.
De rechtbank wijst erop dat eiser in de procedure tegen het eerste besluit de rechtmatigheid van de aan dat besluit verbonden rechtsgevolgen had moeten aanvechten. Het ontbreken van een dergelijk beroep betekent dat het nieuwe beroep tegen het tweede terugkeerbesluit geen nieuwe vertrektermijn kan opleveren.
Tenslotte is de rechtbank niet gebleken van omstandigheden die leiden tot een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbesluit wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang omdat de vertrektermijn reeds in rechte vaststaat.