ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ8975
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekking verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende individuele beoordeling risico christenen Irak
Eiser, een christen uit Irak, kreeg in 2007 een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd toegekend. Verweerder trok deze vergunning in 2010 in op grond van het vervallen van het categoriaal beschermingsbeleid voor Centraal-Irak en het ontbreken van individuele indicaties dat eiser een risico loopt bij terugkeer.
De rechtbank oordeelt dat verweerder ten onrechte niet is ingegaan op de zorgelijke situatie van christenen in Irak en onvoldoende heeft onderzocht of eiser behoort tot een groep die systematisch wordt blootgesteld aan een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro. De rechtbank verwijst naar jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens en recente rapporten die een escalatie van geweld tegen christenen aantonen.
Daarnaast is verweerder terecht kritisch op het asielrelaas vanwege het verzwegen verblijf in Duitsland en het ontbreken van documenten waarmee eiser zijn nationaliteit kan aantonen. Echter, dit rechtvaardigt niet de intrekking zonder een juiste beoordeling van het risico op schending van artikel 3 EVRM Pro.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en beveelt een nieuw besluit waarbij rekening wordt gehouden met de actuele situatie van christenen in Irak en de relevante jurisprudentie. Verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de verblijfsvergunning asiel wordt vernietigd en verweerder moet een nieuw besluit nemen.