ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ9059
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toekenning verblijfsvergunning wegens reëel risico op onmenselijke behandeling bij terugkeer naar Syrië
Eiser, een staatloze Syriër, werd de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd geweigerd door verweerder. De rechtbank beoordeelde of eiser bij terugkeer naar Syrië een reëel risico loopt op foltering of onmenselijke behandeling zoals bedoeld in artikel 3 EVRM Pro.
Uit ambtsberichten en rapporten bleek dat teruggekeerde Syriërs, vooral degenen die illegaal zijn vertrokken en met een laissez-passer reizen, vrijwel zeker worden gedetineerd en verhoord door veiligheidsdiensten, waarbij mishandeling en foltering niet zijn uitgesloten. Verweerder kon niet uitsluiten dat op het laissez-passer zou worden vermeld dat eiser de verblijfswetten had overtreden, wat de situatie zou verergeren.
De rechtbank stelde vast dat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat hij zich tot de Syrische vertegenwoordiging had gewend, wat een vereiste is voor een verblijfsvergunning regulier. Desondanks concludeerde de rechtbank dat het risico op onmenselijke behandeling bij terugkeer zodanig is dat de weigering van de verblijfsvergunning asiel onrechtmatig is.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat verweerder een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van deze overwegingen. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten aan eiser.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt het besluit tot weigering van de verblijfsvergunning asiel wegens reëel risico op onmenselijke behandeling bij terugkeer naar Syrië.