ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ9225
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortzetting bewaring vreemdeling en zicht op uitzetting naar Suriname
De vreemdeling heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van de maatregel van bewaring die hem op 11 oktober 2010 is opgelegd, met het verzoek om tevens schadevergoeding toe te kennen. De rechtbank heeft het beroep behandeld op 13 mei 2011, waarbij de gemachtigde van de vreemdeling niet is verschenen.
De vreemdeling stelde dat er geen zicht is op uitzetting binnen een redelijke termijn, mede op grond van een krantenartikel van 14 april 2011, en dat een belangenafweging in zijn voordeel moet uitvallen. Verweerder heeft schriftelijk en mondeling toegelicht dat er nog steeds voldoende zicht is op uitzetting, mede door contacten met de Surinaamse autoriteiten en het afgeven van noodpaspoorten.
De rechtbank overweegt dat de bewaring niet onrechtmatig is, ondanks dat deze meer dan zeven maanden duurt. De vreemdeling heeft geen concrete acties ondernomen om het onderzoek naar zijn nationaliteit en identiteit te bespoedigen. De belangenafweging leidt tot het oordeel dat het belang van de staat om de vreemdeling in bewaring te houden zwaarder weegt dan het belang van de vreemdeling op vrijheid.
Er is geen grond voor schadevergoeding en het beroep wordt ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het beroep tegen de voortzetting van de bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.