ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ9584
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. van 't Laar
- E.R. Houweling
- A. Pahladsingh
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen ongewenstverklaring op grond van artikel 1F Vluchtelingenverdrag en EVRM
Eiser, van Chinese nationaliteit, werd in een eerdere asielprocedure artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag tegengeworpen, wat in 2005 door de rechtbank werd bevestigd. Nieuwe feiten of omstandigheden die deze vaststelling zouden kunnen wijzigen, zijn niet gebleken. Eiser voerde in hoger beroep aan dat hij als dissident moet worden beschouwd en dat zijn terugkeer naar China een schending van artikel 3 EVRM Pro oplevert, maar deze stellingen zijn niet feitelijk onderbouwd.
Daarnaast stelde eiser dat de ongewenstverklaring in strijd is met artikel 8 EVRM Pro vanwege zijn familiebanden in Nederland. De rechtbank oordeelde dat deze stelling in beroep voor het eerst werd aangevoerd en niet is onderbouwd, waardoor deze niet tot herziening leidt. Verweerder heeft terecht afgezien van het horen van eiser bij het bezwaar, omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was.
De rechtbank concludeert dat het bestreden besluit tot ongewenstverklaring in stand kan blijven en verklaart het beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Partijen kunnen tegen deze uitspraak hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de ongewenstverklaring wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.