ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ9822
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.G. Kok
- H.A.G. Nijman
- B. Meijer
- Rechtspraak.nl
Machtiging tot voortgezet verblijf in psychiatrisch ziekenhuis ondanks termijnoverschrijding
De officier van justitie verzocht op 30 mei 2011 om een machtiging tot voortgezet verblijf van betrokkene in een psychiatrisch ziekenhuis, hoewel dit verzoek na het verstrijken van de vorige machtiging (17 mei 2011) werd ingediend. De rechtbank oordeelde dat de geneeskundige verklaring van 9 mei 2011 voldoende actueel was en dat het verzoek ontvankelijk was, ondanks de termijnoverschrijding.
De rechtbank overwoog dat jurisprudentie van de Hoge Raad het indienen van een verzoek na afloop van de vorige machtiging niet uitsluit, mits de nieuwe machtiging aansluit bij de vorige. Betrokkene werd gehoord en bijgestaan door een advocaat, en een verslavingsarts gaf een medische verklaring af.
De rechtbank stelde vast dat betrokkene een stoornis van de geestvermogens heeft die ook na afloop van de vorige machtiging aanwezig blijft en dat betrokkene door haar ziekte een gevaar vormt voor zichzelf, anderen en de algemene veiligheid. De wens van betrokkene om vrijwillig te blijven werd door het behandelteam niet als consistent en betrouwbaar beoordeeld.
Daarom werd de machtiging tot voortgezet verblijf verleend voor de periode tot en met 17 mei 2012. Het verzoek werd toegewezen ondanks het verweer van betrokkene en haar advocaat dat het verzoek te laat was ingediend en dat betrokkene vrijwillig wilde blijven.
Uitkomst: De rechtbank verleent de machtiging tot voortgezet verblijf tot en met 17 mei 2012 ondanks de te late indiening van het verzoek.