ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ9869
Rechtbank 's-Gravenhage
- Hoger beroep kort geding
- P.A. Koppen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering medehuurster tot schorsing ontruiming woning na ontbinding huurovereenkomst
Eiseres vorderde in kort geding dat zij als huurster of medehuurster van een woning zou worden toegelaten en dat ontruimingsmaatregelen tegen haar zouden worden geschorst totdat haar huurrechten in rechte waren vastgesteld. De woning was echter op 11 mei 2011 ontruimd op grond van een vonnis van de kantonrechter van 6 april 2011, waarbij de huurovereenkomst tussen de Stichting en de zoon van eiseres was ontbonden.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het geschil een executiegeschil betrof en dat de vordering tot schorsing strandde omdat de ontruiming al had plaatsgevonden. Bovendien was niet voldaan aan artikel 438 lid 5 Rv Pro, omdat eiseres geen partij was in de procedure die tot ontbinding had geleid en zij niet zowel de Stichting als de zoon had gedagvaard.
Verder kon eiseres niet aannemelijk maken dat zij als medehuurster kon worden aangemerkt, omdat zij geen gezamenlijk verzoek ex artikel 7:267 lid 1 BW Pro had ingediend en de omstandigheden die zij aanvoerde onvoldoende waren om haar huurrechten te staven. De voorzieningenrechter verwierp daarom haar vordering en veroordeelde haar in de proceskosten.
Uitkomst: De vorderingen van eiseres tot toelating als medehuurster en schorsing van ontruimingsmaatregelen worden afgewezen.