ECLI:NL:RBSGR:2011:BR0766
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongewenstverklaring EU-onderdaan wegens herhaaldelijk strafbaar gedrag en recidivegevaar
Eiser, een Italiaanse EU-onderdaan, is tussen 1993 en 2009 41 keer veroordeeld voor voornamelijk winkeldiefstallen en het illegaal verblijven als ongewenst verklaarde vreemdeling. Ondanks een ISD-maatregel pleegde hij ook daarna strafbare feiten, wat de rechtbank overtuigt van een actuele en voldoende ernstige bedreiging voor de Nederlandse samenleving.
Eiser voerde aan dat het merendeel van zijn veroordelingen kleine feiten betrof en dat hij niet langer drugsverslaafd is, verwijzend naar jurisprudentie van het HvJEG in de zaak Polat. De rechtbank oordeelde echter dat ook een reeks kleinere vergrijpen samen een ernstige bedreiging kunnen vormen en dat het recidivegevaar reëel is.
De rechtbank concludeert dat de maatregel van ongewenstverklaring en verblijfsbeëindiging proportioneel is, mede gelet op de lange periode van crimineel gedrag, het ontbreken van sterke binding met Nederland en het fundamentele belang van de samenleving om gevrijwaard te blijven van criminaliteit.
Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de kostenveroordeling wordt achterwege gelaten. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de ongewenstverklaring bevestigd wegens herhaald strafbaar gedrag en recidivegevaar.