ECLI:NL:RBSGR:2011:BR0769
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing bewaring wegens toepassing lichter middel bij terugkeerprocedure
Eiser is op 26 maart 2011 in bewaring gesteld op grond van de Vreemdelingenwet 2000 vanwege het belemmeren van zijn terugkeer naar Suriname. De rechtbank heeft eerder het beroep tegen deze bewaring ongegrond verklaard, maar in deze vervolgprocedure beoordeelt zij of voortzetting van de bewaring nog gerechtvaardigd is.
De rechtbank constateert dat eiser inmiddels actief meewerkt aan zijn terugkeer door contact te zoeken met het Surinaamse consulaat, het opvragen van zijn geboorteakte en het regelen van documenten via zijn gemachtigde. Daarnaast heeft eiser een concreet verblijfadres bij zijn broer, die verklaart voor hem te zorgen en hem onderdak te bieden. Dit is onderbouwd met een uittreksel uit de Gemeentelijke Basisadministratie, loonstroken en een kopie van het rijbewijs van de broer.
Hoewel er nog sprake is van enige belemmering van de terugkeer, is deze in mindere mate dan voorheen. De rechtbank acht de voortgezette bewaring daarom niet in overeenstemming met artikel 15 van Pro de Terugkeerrichtlijn, dat voorschrijft dat minder dwingende maatregelen moeten worden toegepast indien mogelijk.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, beveelt onmiddellijke opheffing van de bewaring en veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser. Toekenning van schadevergoeding wordt afgewezen omdat eiser zijn stellingen pas laat volledig heeft onderbouwd.
Uitkomst: De bewaring van eiser wordt onmiddellijk opgeheven en verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten.