ECLI:NL:RBSGR:2011:BR0796
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot toelating schuldsaneringsregeling wegens onvoldoende inspanning minnelijke regeling
Verzoeker heeft op 4 februari 2011 een verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling ingediend. Ondanks dat er meer dan vijf maanden verstreken zijn sinds het verzoek, is er geen zicht op een minnelijke regeling met schuldeisers. Verzoeker heeft onvoldoende inspanningen verricht om een regeling te treffen, mede doordat hij een onderneming is gestart zonder te solliciteren naar loondienst en de schulden onduidelijk zijn.
De rechtbank stelt vast dat de gedragscode schuldregeling van de NVVK voorschrijft dat binnen 120 dagen duidelijk moet zijn of een schuldregeling kan worden opgezet. Deze termijn is overschreden zonder resultaat. De rechtbank constateert ook dat verzoeker en de schuldhulpverlenende instelling Zuidweg onvoldoende hebben samengewerkt en dat het verzoek mogelijk slechts is ingediend om een krediet te verkrijgen en een faillissementsaanvraag te vertragen.
De onduidelijkheid over de omvang en aard van de schulden, de inconsistenties in de opgegeven schuldbedragen en het ontbreken van een ondertekende overeenkomst tot schuldregeling maken het verzoek verder onvoldoende. De rechtbank wijst het verzoek daarom af, met de mogelijkheid voor verzoeker om een nieuw verzoek in te dienen mits aantoonbaar is dat tevergeefs pogingen tot minnelijke regeling zijn gedaan.
De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de rechtbank 's-Gravenhage op 8 juli 2011, waarbij het verzoek werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing en inspanning.
Uitkomst: Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens onvoldoende inspanning voor een minnelijke regeling en onduidelijke schuldenpositie.