ECLI:NL:RBSGR:2011:BR0797
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing visumaanvraag voor kort verblijf wegens territoriaal beperkte visumweigering
Eiseres verzocht om een visum voor kort verblijf met het doel familiebezoek, maar haar aanvraag werd op 6 april 2010 door verweerder geweigerd. Het bezwaar hiertegen werd eveneens ongegrond verklaard. De rechtbank verklaarde het eerste beroep gegrond, waarna verweerder opnieuw het bezwaar ongegrond verklaarde. Het beroep werd vervolgens opnieuw aan de rechtbank voorgelegd.
De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht een visum met territoriaal beperkte geldigheid heeft geweigerd. De Visumcode biedt beoordelingsvrijheid aan de lidstaat om een dergelijk visum slechts bij uitzondering af te geven, bijvoorbeeld op humanitaire gronden of vanwege nationale belangen. Verweerder hanteert een vaste bestuurspraktijk die dit bevestigt, wat door de rechtbank niet als onjuist wordt beschouwd.
Voorts is vastgesteld dat de Franse autoriteiten bezwaar hebben gemaakt tegen de visumverlening, wat op grond van de Visumcode een geldige reden is voor weigering. Het beroep op artikel 8 EVRM Pro (recht op familie- en gezinsleven) wordt door de rechtbank verworpen, omdat geen sprake is van een positieve verplichting voor de staat om het verblijf toe te staan, mede gezien het feit dat het familiebezoek ook in het land van herkomst kan plaatsvinden.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst de vordering tot vergoeding van griffierechten en proceskosten af. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van het visum wordt ongegrond verklaard.